20 jaar "Thuishuis De Ent" - uitgebreid

 

20-jarig thuishuis De Ent
richt blik op de toekomst

Ze hadden net voor de zomervakantie van 2011 iets te vieren, Marjan en Nico Kolenberg uit
Vierlingsbeek. Twintig jaar geleden kwam hun eerste pleegkindje bij hun wonen. Van onervaren
pleegouders groeiden zij naar ouders met expertise, vervolgens naar betaald pleegouderschap
tot zelfstandig ondernemers in hun nieuwe maar toch al twintig jaar bestaande thuishuis aan
de Klaphekken. Zij wilden bij deze heuglijke feiten niet zo maar even stil staan met de uit-
genodigde familie, vrienden, buren, collega’s en andere professionals. De visie en uitvoering
daarvan in hun nieuwe woonsituatie moest maar eens onder de loep worden gelegd. Zij moesten
maar eens onder de loep worden gelegd bij deze genodigden.

De start van de middag was met een ‘inlooplunch’ van twaalf tot half twee, inclusief een
informele kennismaking van kinderen, uitgenodigde vrienden, buren, collega’s en andere
professionals.
Voorafgaand aan Marjans inleiding was er een kennismakingsrondje, waarin iedereen zichzelf
voorstelde en welke relatie zij hebben tot Marjan en/of Nico, dan wel De Ent. Deze ronde
was inclusief hun ‘pleeg’dochter Armanda en twee van hun eigen zonen Lennart en Jonas.
Oscar was vanwege studieverplichtingen afwezig. Jonas, de middelste gaf aan in het verleden
niet altijd zo blij te zijn geweest met al die pleegkinderen, maar dat hij daar inmiddels
wat anders tegenaan kijkt. Hij en Armanda zijn bijvoorbeeld wederzijds naar elkaar toege-
groeid tot een heuse broer en zus.

In haar inleiding op de afgelopen twintig jaar pleeggezin/thuishuis maakte Marjan meteen
duidelijk, wat de opvoeding, begeleiding en ondersteuning van deze kinderen voor haar en
Nico betekent. “De plaatsing van elk afzonderlijk kind voelt als een geboorte.”
Nog voordat ze zelf kinderen kregen, hadden ze al een ‘pleegkindergedachte’. “Vooral Nico.
Ons eerste pleegkindje was een pleegkind van een ander dat bij ons een keertje kwam logeren.
Het was voor ons beide het startsein om ons aan te melden voor de Stap-cursus met aspirant
pleegouders, professionals en ervaren pleegouders, inclusief een screening .

Open en eerlijk geeft Marjan in haar verhaal aan, dat zij in het begin niet waren voorbereid
op waar zij ‘ja’ tegen hadden gezegd. “Redelijk laconiek en onvoorbereid eigenlijk.” Binnen
een jaar werd Marjan en Nico hun eerste eigen pleegkindje aangeboden. En wat voor eentje:
Joey kwam in juni 1990. Verstandelijk zeer beperkt, blind, later ook nog manisch-depressief
en nog een trits van ‘mankementen’. Marjan: “Joey heeft ons heel veel gegeven. Zoals dát
manneke, ondanks alles, kon genieten van die keer dat wij hem meenamen naar het strand.
Hij was blind, maar ervoer heel intens het gevoel van het zand, de wind door zijn haren.”

Maar het was te zwaar met Joey, zo moesten Nico en Marjan op enig moment erkennen. “Niet zo
zeer voor Nico en mij, maar wel voor onze eigen jongens, ons gezinsleven”, aldus Marjan, in
 wier stem nog steeds het moedersverdriet doorklinkt als zij meldt dat Joey uiteindelijk op
zestienjarige leeftijd is overleden.

Na Joey volgde Juultje, ook in juni, een kindje met het Down syndroom. “Net als Joey maakte
ook zij grote sprongen in ons gezin, maar met de chronische longziekte pulmonale hypertensie
worden kinderen niet ouder dan 5-8 jaar. Gezamenlijk in volle vaart achter de ambulance aan-
rijdend naar het ziekenhuis vertelt Marjan Nico dat zij zwanger is van hun derde kindje (Oscar).
Juultje overleed. Hoeveel indruk de begrafenis van Juultje op de toen tweejarige Jonas heeft
gemaakt, bleek twee jaar later toen neefje Marijn overleed: “Komt nu voor Martijn ook die
zwarte meneer met het witte kistje?”

‘Nooit meer’
Marjan: “Die eerste twee pleegkinderen hebben daarna het vervolg van Nico’s en mijn leven
bepaald. Wij beginnen nóóit meer aan pleegkinderen!” Mooi niet dus, want het idealistische
pleegouderlijke bloed kruipt waar het niet gaan kan. En opnieuw zegt Marjan: “Alle plaatsingen
van kinderen lijken een geboorte. Fysiek misschien minder pijnlijk, maar emotioneel zijn die
geboortes behoorlijk pittig.”
Als Nico het vervolgens overneemt voor zijn deel van de inleiding, gaat hij ook eerst nog even
terug naar Joey op het strand. “Hij heeft mij, ons, anders leren kijken en voelen naar de wereld.
Natuurlijk heb ik vaak genoeg zand aangeraakt, maar vanaf dat moment ben ik het zand ook gaan
voelen.”

“Als je ons en ons werk wilt begrijpen, dan moet je weten, kunnen invoelen wat het moet beteken-
en voor kinderen om te wonen op een plek, in een gezin, in een dorp, in een gemeenschap, waar ze
zich thuis mogen voelen. Waar ze zichzelf mogen zijn en hoe je ze op die manier kunt laten door-
groeien naar hun volwassenheid”, aldus Nico, die meteen vervolgt: “Alle kinderen hebben daar
recht op. Ook de kinderen met een beperking. Kinderen - in ons geval - die ook nog de pech hebben
lid van een gezin te zijn, waar het niet helemaal goed gaat, of helemaal niet. Het zijn vaak
kinderen met heel moeilijke eerste jaren. Ook die hebben recht op opvoeding.”
Marjan en Nico zijn opvoeders van beroep en konden daar hun werk van maken. “Nadat wij afspraken
hebben gemaakt met Dichterbij. Van daaruit zijn wij doorgestart naar wat wij nu ons thuishuis
noemen, ons ‘thuis van huis’, De Ent. Geheel autonoom.”

In 2007 zette het paar de eerste stappen voor hun nieuwe huis aan de Klaphekken aan de rand van
het buitengebied; hun eerste De Ent daarentegen stond middenin het dorp. Het waren pittige jaren,
de plannen, de pleegkinderen, de bouw van een ecologisch onderkomen en de afspraken met zorgorgani-
satie Dichterbij. “We bleven wel onszelf, maar een beetje naïef was het wel om zoveel hooi op onze
vork te nemen”, beschrijft Marjan die periode.

‘Onze manier’
Een jaar nadat zij in hun nieuwe huis zijn getrokken, klussen zij nog steeds, maar zij vinden
hun weg. Nico: “Wij met de kinderen, en de kinderen met óns. Het was een hele klus om thuis te
komen in ons nieuwe huis. Langzaam ontstaat er stabiliteit, voorspelbaarheid en structuur. Dat
alles mede met de hulp van voogden, scholen, therapeuten en gedragskundige.
Onze overtuiging dat deze manier, ónze manier, een goede is, wordt steeds sterker. Dit is een
heel goed alternatief met andere kwaliteiten dan die van de reguliere woonplekken in en van zorg-
instellingen. Maar wij willen hierin niet alleen blijven staan. Vandaar dat wij ook draagvlak
bij en willen samenwerken met een instelling als ‘Kleur’, de jeugd/jongerenpoot van Dichterbij.”
Voor de meeste kinderen is het een enorme stap vooruit als zij zó kunnen wonen, opgroeien en
volwassen kunnen worden als bij De Ent. “Voor andere woonvormen, bijvoorbeeld in wijken of
dorpen is het heel ingewikkeld om daadwerkelijk aansluiting te krijgen bij de gemeenschap.
Wij zijn daar gewoon heel laagdrempelig in omdat wij hier zelf ook wonen; de mensen óns al
kennen. De lage drempel wordt bereikt via ons sociale netwerk, hier lokaal in de samenleving”,
aldus Nico, die zijn verhaal besluit met de boodschap dat hij en Marjan hard willen verder
werken aan hun ideaal. “Deze kinderen díe ruimte in groei naar volwassenheid geven, een plek
in de samenleving geven, waar íeder mens recht op heeft.”

Workshop
Na al die prachtige en inspirerende woorden over de historie en het nu, van het verleden naar
het heden, was het tijd voor de toekomst. Immers, het derde decennium van De Ent - een nieuw
tijdperk - is aangebroken; nee is al volop van start gegaan.
Tijd voor het workshopgedeelte dus. Het klinkt en oogt natuurlijk allemaal fantastisch. Misschien
te mooi om waar te zijn? Is het zo perfect, na twintig jaar, vallen, opstaan? Vele cursussen,
studies, en vooral ook heel veel ervaring verder willen Nico en Marjan dat wel eens van hun
‘naasten’ horen. Die hebben ongetwijfeld zo hun eigen kijk op en gedachten bij hun werk, hun
werkwijze, hun opvoeding. Toch?
Dus geen workshop van binnenuit, maar eentje van buiten naar binnen. De pleegouders die zich
moedig tot middelpunt van discussie maken voor de aanwezigen. Wat zijn hun valkuilen, hun blinde
vlekken?  Kortom de pleegouders eens flink onder het vergrootglas van hun intimi. Nico en Marjan
als lijdend voorwerp. Of zoals het in de uitnodiging stond ‘want we zijn nog niet klaar: de ver-
dieping en verankering van ons concept, doorgroeien met onze kinderen in onze nieuwe woonsituatie
en inspiratie blijven opdoen zijn voor ons blijvende thema’s’.

Een twintigtal aanwezigen gaat in drie groepen uiteen om vijf pijlers van hun gezinshuis door te
spreken en van kritiek en suggesties te voorzien. Natuurlijk gericht op die pleegouders, maar wel
vanuit het maatwerkperspectief van de pleegkinderen. “Hoe kijken jullie tegen ons aan, zo vraagt
Marjan zich hardop en zeer direct af, midden tussen de aanwezigen. “Het gaat er dus niet om ons
te vertellen dat wij het goed doen, maar om onze valkuilen en blinde vlekken te benoemen. Vragen
als: Doen jullie dat wel eens? Denk je ook hieraan? En neem ook onze wisselwerking met de straat,
de buurt, het dorp mee in jullie verhaal.”

Worsteling
De aan te snijden thema’s, pijlers zijn: zeggenschap; respect en veiligheid; inclusie (leven in
de samenleving); inspiratie en als vijfde de individuele ondersteuning.
Een eerste rondgang na een halfuurtje workshoppen leert dat de groepen wat worstelen met hun
opdracht. Veelal wordt er in algemene termen over de zorg en persoongebonden budgetten (pgb’s)
gepraat en komen de groepen vooral uit bij complimenten, pluimen, waardering en respect voor het
concept van de pleegouders Marjan en Nico. De kracht, kwaliteit van de genodigde intimi, blijkt
tevens dus een valkuil. De later op de dag geopperde (jaarlijkse?) vervolgbijeenkomst zal dan
behalve in de doelstelling vooral in de vraagstelling scherper en meer to the point geformuleerd
moeten zijn.

Nico wil zijn concept ook uitrollen naar meer van dit soort gezinshuizen, maar kunnen zij ook
een inspiratie voor anderen zijn, zo vraagt een groep zich af. Jazeker. Zeker met de toewijding
van Marjan en het enthousiasme van ‘ondernemer’ Nico; overtuigd van zijn ideaalbeeld, van zijn
droom.
Een andere groep merkt de perfecte aanvulling binnen het pleegouderkoppel op. Nico kan goed met
de natuurlijke ouders overweg, Marjan met de kinderen. “Zij ziet de vraag achter de vraag van het
kind en legt die ook op tafel om te bespreken met het kind.”
Opgemerkt wordt verder, dat ‘ze’ ook de leuke eigenschappen in de kinderen weten te vinden en naar
voren te halen. “Maar, je moet er wel naar zoeken”, aldus Nico. “Maar ook wij zijn wel eens radeloos.
Dan moet de een het kind even van de ander overnemen.” Zoals een regulier, zo men wil gewoon gezin
dat ook meemaakt, wordt geconcludeerd.
Wat velen ontgaat in de drukte van het gesprek, in de ‘discussie’, en veel zo niet alleszeggend is:
‘pleeg’dochter Armanda (al vijftien jaar in huis). Armanda, die liefdevol háár vader gadeslaat
(zie foto). Maar ook de inmiddels thuiskomende kinderen, die zonder uitzondering en als vanzelf-
sprekend Nico en Marjan met ‘papa’ en ‘mama’ aanspreken.

Inspiratie
Waar halen jullie zelf aldoor maar die inspiratie vandaan om andere pleeggezinnen en gezinshuizen
in ontwikkeling steeds een stap voor te zijn? Het antwoord blijft uit, maar is natuurlijk: idealisme,
bezieling, passie.
Nico gooit nieuwe wegen op tafel, die ze willen inslaan met de kinderen: meehelpen om de dorpsbieb
draaiende te houden. Alleenstaande ouderen uit het dorp enkele dagen in de week in huis halen,
bijvoorbeeld om mee te eten met het gezin. De kinderen moeten immers ook opa’s en oma’s hebben.
Of het aantrekken een tuinman voor de moestuin.
Marjan heeft het aan het einde van de dag over kinderdag-dagen. Elk kind zou minimaal één keer per
jaar individueel een kinddag moeten hebben, compleet met bijvoorbeeld pleegouders, ouders, voogden,
gedragstherapeuten, maar vooral met iemand uit ‘deze’ kring van aanwezige intimi. Iemand die regel-
matig bij hun op bezoek komt en ook een band wil aangaan met één van de kinderen. Al snel worden
als metafoor hiervoor de titels van peetoom en peettante genoemd. Zoiets dus… En dan gewoon een
lekker dagje uit met maar één middelpunt: dát specifieke kind.

Zo maar een vraag: Zijn jullie nou nooit eens steenkapot aan het eind van de dag? “Dat valt eigenlijk
best mee”, antwoordt Nico. “Als ik op zaterdag in en om huis aan het klussen ben dan ben ik aan het
eind van de dag fysiek moe. Maar dat heeft wellicht ook met mijn leeftijd te maken.” Hij moet er zelf
 om lachen.

Woonvorm
En dan wordt toch het ‘geheim’ onthult. Nico: “Ik ben een deel van een heel groot gezin. Vroeger
hebben Marjan en ik ook al eens samengewoond in een soort woonvorm met een broer van haar en diens
gezin. Dat beviel mij toen al prima. Dus eigenlijk ligt dit soort woonvormen mij wel.” Het echte
geheim blijft natuurlijk gewoon de eerdergenoemde passie, bezieling en idealisme. En ja een avondje
bioscoop zit er nauwelijks tot niet in voor Nico en Marjan. “Dat hebben wij ingeruild voor avondjes
visite hier met familie of vrienden. Gewoon lekker bijkletsen. Dat levert ook veel energie en vaak
zelfs nieuwe ideeën en inzichten op.”

Afsluitend komt Marjan in haar dankwoord terug op haar rondgang langs de diverse groepen, die zij
ook wel zag worstelen. “Ik snap die worsteling wel. Hoe dicht jullie ook bij ons staan en wellicht
mede daardoor, blijft het natuurlijk moeilijk om goed in te schatten wat hier in huis nou precies
gebeurt. Dat maakt het extra moeilijk voor jullie om ons van kritiek en suggesties te voorzien.”
Waar het om te doen was, daarmee werd ook besloten, of liever gezegd afgesloten: de kinderen.
Die zijn aan het eind van de middag gewoon thuis gekomen in hun huis. Zij verzorgen de aangekondigde
feestelijke afsluiting: Julian zorgt voor de muziek als een volleerd diskjockey en de anderen?
Die zorgen voor de bijbehorende dansjes.

Inbreng
Tenslotte, de suggesties en kritiek leverden onder veel meer de volgende boodschappen op voor Nico
en Marjan.
* Bij het thema ‘zeggenschap’:
eigen vrije tijdkeuze; hoe kinderen (betrekken bij) keuzes; ‘huiskamer- familiegesprekken’; vanuit
kracht, niet vanuit macht werken; kinderparticipatie.
* Respect en veiligheid:
eigenheid van elk kind; (blijf) natuurlijke ouders de plek geven die voor de kinderen nodig lijkt;
respect en veiligheid zijn dé kenmerken van De Ent.
* Individuele ondersteuning:
het is lastig om elk kind maatwerk te geven; aandacht; begrip.
* Inclusie (leven in de samenleving):
kind(eren) met skelter in dorp; hoe stellen jullie je in op de digitale wereld en op de social media?
Hoe neem je als gezin deel aan dorpsactiviteiten? Geven en nemen.
* Inspiratie:
gedreven ouders/gezin; Wat heeft elk kind nodig, ook naar elkaar toe? Doorzettingsvermogen.

“Ik zie en hoor ons pap. ‘Ze’ zouden trots op jullie zijn!”